Invloed Buisverwarming Op Kasklimaat.

Gepost 3 Sept 2015

Warmtetransport vindt plaats op de volgende drie verschillende manieren:

  • Geleiding (conductie)
    Dit is transport van warmte binnen de betreffende stof. De grootte van de warmtestroom is afhankelijk van het temperatuurverschil en van de warmtegeleidingscoëfficient van de betreffende stof.
  • Straling (radiatie)
    Dit is warmteoverdracht die plaats vindt tussen twee lichamen die niet met elkaar in aanraking zijn. Dewarmteoverdracht vindt plaats door middel van elektromagnetische straling.
  • Stroming (convectie)
    Dit is warmteoverdracht door verplaatsing van een warme vloeistof of een warm gas

De verwarmingsbuizen verwarmen de kas door middel van geleiding, convectie en door middel van straling. De warmteoverdracht door geleiding en convectie is steeds gebonden aan materie. De opwarming van de kaslucht gebeurt voornamelijk via geleiding. De warmteoverdracht door straling vindt plaats door middel van elektromagnetische golven. Deze vorm van warmteoverdracht verwarmt rechtstreeks de vaste delen in een kas, zoals bijvoorbeeld de planten. De hoeveelheid warmte die een buis afgeeft hangt onder andere af van de diametereigenlijk de oppervlakte van de buis: een geribbelde buis of een buis met uitstulpingen geeft meer af als een ronde buis omdat deze buizen een groter oppervlakte hebben. Hoe groter het oppervlak des te groter de warmteafgifte. en de buistemperatuur. Dit is voor iedere buis verschillend.

Een goede verwarmingsinstallatie bestaat uit een boven en een ondernet. Hierdoor kan een goede vertikale temperatuursverdeling worden verkregen. Het ondernet verwarmt door middel van geleiding de kaslucht, waardoor deze in beweging komt. Hierdoor wordt vocht tussen het gewas afgevoerd en waardoor door schimmelziektes minder kans krijgen.

Door het ondernet de grootste verwarmings kapaciteit te geven kan veel energie worden bespaard.

Het bovennet kan worden gebruikt om condensvorming in de kop van het gewas te voorkomen, hetgeen kan optreden gedurende de nacht. Tevens kan het bovennet worden gebruikt om de koudeval te verminderen die ontstaat bij het openen van het energiescherm.

Bij het ontwerp van een verwarmingsinstallatie dien je er goed aan om met het volgende rekening te houden :

  1. Maak de verwarmingsafdelingen niet te groot. Hoe kleiner hoe beter. Met veel kleine afdelingen is de temperatuursverdeling beter te regelen. Nadeel is dat veel afdelingen ook meer kosten met zich meebrengen. Een goed compromis is om de afdelingen niet groter te maken dan 5000-6000 m².
  2. Bij teveel buizen per kap blijft de buis temperatuur relatief laag. Hierdoor wordt de kaslucht minder opgewarmd en komt deze minder in beweging. Het bestrijden van vocht tussen het gewas is hierdoor minder effectief.
  3. Een te hoge buistemperatuur (vaak als gevolg van te weinig buizen per kap) kan het gewas beschadigen. Het energieverbruik van dit soort verwarmingen is eveneens hoger als gevolg van een lager rendement bij hogere temperaturen.
  4. Een verwarming uitgevoerd met buizen met een kleine waterinhoud (een voorbeeld van een buis met een kleinere waterinhoud en die toch dezelfde warmteafgifte heeft als van een 51 mm buis is de Druppelbuis van van Leeuwen Buizen) reageert sneller dan een verwarming uitgevoerd met buizen met een groot waterinhoud.
  5. De circulatiepomp dient voldoende lang te draaien. Indien deze te kort draait worden alleen de buizen in het voorste deel van de kas warm, hetgeen een ongelijke temperatuursverdeling geeft.
  6. Om te voorkomen dat er teveel warmte verdwijnt in de grond, dient het ondernet op een minimum afstand van 12 cm boven de grond te worden gemonteerd. Let er vooral op dat de afstand tussen de steunen/ophangpunten niet te groot. Als de buizen doorzakken heeft dit een ongelijke horizontale temperatuursverdeling tot gevolg.

Voor het juist dimensioneren van de verwarmingsinstallatie zijn de programma's HeatCalc en HeatCalcLite uitstekende hulpmiddelen.